“Een mantelzorger is geen psycholoog”

Lucienne Van Cauwenberge (82) wil meer maatschappelijke aandacht voor mantelzorg.

Voor sommigen betekent mantelzorg enkele uren per week hulp bieden in het huishouden, de personenzorg of de administratieve ondersteuning, voor Lucienne Van Cauwenberge (82) uit Wemmel is het een takenpakket dat vergelijkbaar is met een fulltimebaan. Zij draagt sinds twee jaar zorg voor haar echtgenoot Leopold Bogaert (82). Een gesprek over mantelzorg. “Het  verplegen van je partner of familielid wordt vaak vergeten, en de mantelzorger vergeet zichzelf.”

 

“De taak van oudere mantelzorgers is zwaar. Zij zijn een grote, maar vaak vergeten en kwetsbare groep”, zegt Lucienne Van Cauwenberge. Luciennes man kwam in januari 2016 voor de derde keer ten val. Neurologisch onderzoek wees uit dat Leopold aan de ziekte van Parkinson lijdt, waardoor hij permanente evenwichtsstoornissen heeft en herhaaldelijk valt. Sinds zijn laatste val kan Leopold niet meer zelfstandig stappen. Lucienne is nu zijn mantelzorgster. “De Christelijke Mutualiteit (CM) heeft contact met me opgenomen, maar heeft me nooit voorgesteld om een statuut als mantelzorgster aan te vragen.”

 

Dat sociaal statuut van de mantelzorger blijft tot op vandaag uit. Wat vindt u daarvan?

“Dat heeft te maken met een erkenningskwestie. De overheid moet meer aandacht schenken aan mantelzorgers, zeker aan diegenen die daarnaast ook nog eens een job hebben of studeren. Die mantelzorgers worden geacht twee keer hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen, enerzijds om te werken en anderzijds om zorg te dragen voor een hulpbehoevend familielid. Hun essentiële rol wordt, denk ik, niet genoeg naar waarde geschat in onze samenleving. Ze eisen je op op de arbeidsmarkt waardoor die intensieve zorg voor een partner of familielid soms wordt vergeten. Na een tijd verliezen mantelzorgers zichzelf door een gebrek aan individuele begeleiding.”

 

Ik wil niet dat hulpverleners mijn dagschema bepalen. Ook op 82-jarige leeftijd wil je je zelfstandigheid en waardigheid behouden.

 

Wordt u dan niet begeleid door professionele hulpverleners aan huis?

“Versta me niet verkeerd. Er is vandaag zowel praktische als psychologische ondersteuning, maar mantelzorgers weigeren die soms heel lang. Ik ook. Je houdt je sterk voor je man, en voor jezelf. In de eerste maanden heb ik dus alle hulp geweigerd, maar na een jaar kon ik het niet meer. Ik accepteerde dat ik het niet meer alleen kan redden op mijn leeftijd. Eens houdt het op. Verplegers van het Wit-Gele Kruis staan me nu wekelijks bij voor de persoonlijke verzorging van Leopold, zoals bij het wassen en het aankleden. Bovendien krijgen we twee keer per week warme maaltijden aan huis geleverd door het lokaal dienstencentrum van de gemeente. Een ergotherapeute van de CM heeft ons vorig jaar ook geholpen om enkele praktische aanpassingen te maken in ons huis, zoals het verwijderen van alle tapijten, het verhogen van de wc-bril en het aanbrengen van armleuningen in de badkamer, maar daar blijft het bij.”

 

Waarom, is dat een bewuste keuze?

“Ja, eigenlijk wel. Zo’n beslissing is persoonlijk. De verplegers van het Wit-Gele Kruis en de dienstverleners van de gemeente zouden me eigenlijk dagelijks kunnen bijstaan in het vervullen van de huishoudelijke taken, maar dan moet ik altijd beschikbaar zijn van ’s morgens tot ’s avonds. Als er bijvoorbeeld een poetsvrouw zou langskomen, moet ik toch ook bij mijn man blijven, al is het om de voordeur open te doen. Ik doe de meeste huishoudelijke taken zelf, en wil niet dat hulpverleners mijn dagschema bepalen. Ook op 82-jarige leeftijd wil je je zelfstandigheid en waardigheid behouden. Het heeft ook met mijn karakter te maken hoor. Het gemeentelijk dienstencentrum biedt bijvoorbeeld activiteiten aan. Zo kan ik worden opgehaald met een minibusje om boodschappen te doen of om naar de kapper te gaan. Mijn man kan in die tussentijd vertoeven in een dagcentrum, maar wij zijn niet sociaal aangelegd. Wij zijn gelukkig met ons twee.”

 

Welke lichamelijke gevolgen heeft dat? Zo’n fulltimezorg vereist toch veel fysieke inspanningen.

“Op sommige dagen heb ik het moeilijk. Dan cijfer ik me weg zonder rekening te houden met mijn eigen gezondheidskwaaltjes en ga ik tot het uiterste van mijn krachten. Daardoor heb ik soms ademnood, voel ik me duizelig of energieloos. Gelukkig grijpt mijn dochter op de juiste momenten in en verplicht ze me om soms eens te ontspannen.”

 

Hoe is uw leven veranderd als mantelzorger?

“Ik leid een volledig ander leven, een leven in dienst van mijn man. Ik kan niet meer alleen zijn. Een daguitstap maken naar de zee, of voor enkele uurtjes in het centrum rondkuieren zoals ik dat vroeger altijd deed, gaat plots niet meer. Nu ben ik volledig gebonden aan mijn huis. Ons leven is hierdoor eentonig en geïsoleerd geraakt. In het begin was het mentaal heel zwaar, slapen ging niet meer. Nachten heb ik wakker gelegen en gehuild, niet wetend hoe het met ons leven verder moet. Leopold was na zijn operatie machteloos. Mijn partner die twee jaar geleden zo sterk en zelfstandig was, die alle klusjes in huis deed, wandelingen maakte en in de tuin werkte, kan nu niet meer stappen, zich wassen of zich aankleden zonder hulp.”

 

Op welke momenten wordt die zorg u te veel?

“Als mijn man zichzelf overschat. Hij is er na al die maanden nog steeds van overtuigd dat hij op een dag weer normaal zal kunnen functioneren zonder hulp. Dat doet pijn, zeker als ik hem daarop moet wijzen. Met alle goede moed wil ik hem helpen, maar hij neemt het soms verkeerd op. Hij zegt dan dat ik niet wil dat hij beter wordt of dat ik een negatieve ingesteldheid heb. Ik probeer hem geen valse hoop te geven. We hebben daarom soms een woordenwisseling. Zeker weten. Over banaliteiten, in feite. Maar die banaliteiten waren voor mijn man vroeger vanzelfsprekend, nu dus een onmogelijke klus. Dat besef dat je normale leven niet meer terugkomt, dat is het moeilijkste om te aanvaarden.”

 

Kan u een voorbeeld geven?

“Leopold houdt van koken en zorgde dat er dagelijks vers eten op tafel stond. Sinds hij immobiel is, lukt dat niet meer. Ik kook, en laat hem al zittend de groenten snijden en wassen. Als hij vraagt om zelf aan het fornuis te staan, wijs ik dat af natuurlijk. Hij kan geen tien minuten rechtstaan, zelfs niet met behulp van zijn rollator. Hetzelfde geldt voor het autorijden. Onze Citroën is twee jaar geleden aangekocht, splinternieuw dus. Maar een auto besturen is ook geen optie meer. Toch is hij ervan overtuigd dat hij binnen enkele weken naar het ziekenhuis zal rijden voor zijn maandelijkse doktersafspraak.”

 

Hoe ziet u de toekomst?

“De gezondheidstoestand van Leopold is verbeterd sinds zijn laatste val en is bovendien ook stabiel gebleven. Dat geeft me een geruststellend gevoel. Toch zullen er nog donkere periodes zijn in ons leven. Weet je, ik ben ook maar zijn praktische ondersteuning. Ik kan hem wel helpen en begeleiden bij het stappen en de financiën in orde brengen, maar ik ben geen psycholoog. Dat is geen enkele mantelzorger. We zullen allebei tijd nodig hebben om onze huidige thuissituatie te kunnen verwerken, en in die tussentijd zal ik met al mijn goede wil zijn leven zo aangenaam mogelijk maken.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *