“Mijn frank viel meteen, ik had een manier gevonden om aan de problemen in het onderwijs te werken”

Tim van Bael zet zich in voor gelijke kansen voor holebi’s binnen het onderwijs.

Een interview met Mister Gay Belgium 2016 kandidaat Tim Van Bael

Het gebeurt wel eens dat een leerling “vuile homo” roept naar leerkracht in wording Tim Van Bael. Gelukkig zijn zulke uitspraken eerder zeldzaam en krijgt Tim veel steun van zijn leerlingen. Hij staat stevig in zijn schoenen voor de klas en helpt altijd de leerlingen die zijn raad nodig hebben. Nu Tim bij de twaalf finalisten van de Mister Gay Belgium 2016 verkiezing zit, wil hij ook meer aandacht vragen voor holebi’s in het onderwijs, want daar vallen nog veel problemen op te lossen zo blijkt.

“Meestal wagen leerlingen bij de tweede les hun kans. Ze beginnen heimelijk te lachen en zeggen al fluisterend tegen elkaar ‘vraag jij het maar.’ Ik weet op dat moment natuurlijk hoe laat het is. Ik zeg dan ‘ik weet wat jullie willen vragen, maar ik antwoord er niet op zolang jullie de vraag niet expliciet stellen.’ Meestal is er dan toch eentje die zijn vinger in de lucht durft te steken.” Tim Van Bael, 24 en afkomstig uit Wiekevorst, is homoseksueel en heeft zonet zijn laatste stage als leerkracht godsdienst en geschiedenis achter de rug. “De meeste leerlingen hebben er geen probleem mee als ik hen vertel dat ik een voorkeur voor mannen heb. Je hebt natuurlijk leerlingen die extreem dwars gaan liggen of verwijten naar mijn hoofd slingeren, maar er zijn er ook die mij om raad komen vragen.” Door zijn eerste ervaringen als leerkracht en door de vragen die hij van leerlingen kreeg, groeide bij Tim het besef dat er nog veel problemen zijn rond geaardheid in het onderwijs. “Als stagiair voelde ik me eerder machteloos. Ik kon moeilijk op tafel gaan slaan bij de directeur. Ik zocht dus een manier om aan het probleem te werken.” Een oplossing vond Tim in de Mister Gay Belgium verkiezing. “Toen mijn vrienden vroegen of die verkiezing niets voor mij was, ging ik eens kijken naar de voorwaarden. Ik las dat elke deelnemer een soort thema moest kiezen waarrond hij de problemen die holebi’s ervaren opvolgt en aankaart. Mijn frank viel meteen, ik had een manier gevonden om aan de problemen in het onderwijs te werken. Toch vroeg ik me af of het wel een goed idee was om als leerkracht deel te nemen aan de wedstrijd. Uiteindelijk dacht ik terug aan een man waarvan ik in het secundair nog les gekregen had. Die leerkracht had ooit meegedaan aan een soortgelijke verkiezing. Als hij kon deelnemen met zijn vaste job, dan kon ik dat ook.”

Welke problemen probeert u met uw thema, ‘lesbisch, homo, biseksueel en transgender in het onderwijs’ aan te kaarten?

VAN BAEL: Mijn thema bestaat uit twee grote delen. Ik merkte op dat leerlingen met een andere geaardheid niet altijd de punten kregen die ze verdienden. Sommige holebi leerkrachten verloren dan weer hun job doordat de directie de geaardheid van de leerkracht niet kon aanvaarden. Een eerste punt waar ik binnen mijn thema de aandacht op wil vestigen is dan ook de gelijkheid tussen, aan de ene kant, holebi leerlingen en leerkrachten en aan de andere kant hun heteroseksuele tegenhangers.

Een tweede punt waar ik voor ijver is de toegankelijkheid van handboeken en lesmateriaal. Nog niet zo lang geleden kwam in het nieuws dat handboeken niet divers genoeg zijn. In die boeken komen bijna uitsluitend afbeeldingen en voorbeelden van een gezin, bestaande uit een mama, een papa en een kindje aan bod. Omdat jongeren in het middelbaar net op een heel gevoelige leeftijd zitten, zullen ze zich nog meer benadeeld voelen als ze alleen maar foto’s en voorbeelden van heteroseksuele gezinnen te zien krijgen. Natuurlijk zijn er in het echte leven ook gescheiden en multiculturele gezinnen, maar ook dat vind je in geen enkel handboek terug. Als je dan kijkt naar de lessen seksuele opvoeding, dan zie je dat homoseksualiteit daar zelfs niet aan bod komt.

Welke stappen gaat u zetten om aan uw project te werken?

VAN BAEL: Om aan mijn eerste punt te werken wil ik binnenkort aan tafel zitten met minister van onderwijs Hilde Crevits (CD&V). Ik wil met haar praten over de problemen waarmee scholen te kampen hebben op vlak van geaardheid en welke oplossingen er mogelijk zijn. Eventueel wil ik ook samenzitten met de verantwoordelijken van het katholieke en het stedelijke onderwijsnet. De nodige veranderingen kan ik nooit op mijn eentje uitvoeren, die veranderingen zullen de instanties zelf moeten doen. Ik kan alleen maar de problemen aankaarten en er aandacht voor blijven vragen.

Voor mijn tweede punt wil ik dan weer praten met een aantal uitgevers van handboeken. Ik wil eerst zicht krijgen op hoe lang het duurt en hoeveel moeite het kost om een handboek aan te passen. Vervolgens wil ik met de studentenorganisatie, die het probleem rond de handboeken onlangs in het nieuws aangekaart heeft, samenzitten en kijken wat we kunnen doen aan het probleem.

Van de ongeveer 120 inschrijvingen voor de Mister Gay Belgium verkiezing zijn er slechts twaalf finalisten gekozen en u bent een van de gelukkigen. Waarom heeft de organisatie voor u gekozen?

VAN BAEL: Dat vraag ik me ook nog steeds af. Ergens in november was er een eerste intakegesprek om naar de motivatie van de deelnemers te peilen. Aan het begin van dat gesprek zei de organisator “ofwel ben je direct door, ofwel vlieg je direct naar huis als het echt niet goed is, ofwel kom je in de twijfelgroep terecht.” Ik dacht dat ik meteen naar huis gestuurd zou worden, ik was dan ook verbaasd toen ik direct naar de volgende ronde mocht. Vervolgens was er een castingsdag waar er nog veertig deelnemers overbleven. Ik wou die dag koste wat het kost overleven, anders had ik alleen een gesprek gehad en zou ik niet veel aan de wedstrijd gehad hebben. Ik ben een uitbundig type en tijdens die castingsdag waren er momenten dat ik redelijk luid was. Toen dacht ik wel dat dit geen positieve eigenschap was, maar tegelijkertijd dacht ik dat ik nu eenmaal zo ben. Het had geen zin om stil te zijn, Ik ben heel die dag dan ook gewoon mezelf geweest. ’s Avonds werden de twaalf deelnemers dan afgeroepen. ik had absoluut niet verwacht dat ik uiteindelijk geselecteerd zou worden.

Heeft u het gevoel dat de wedstrijd u veranderd heeft?

VAN BAEL: Zeker en vast. Ik ben meermaals uit mijn comfortzone moeten komen en daar heb ik veel uit geleerd.  Ik heb mezelf bijvoorbeeld moeten voorstellen op een persconferentie voor een paar honderd man. Ik heb mezelf ook moeten leren verkopen. Mijn sociale contacten zijn daardoor wel anders geworden. Ik heb me altijd redelijk onzeker gevoeld over mijn uiterlijk omdat ik vond dat ik te mager was, maar nu moet ik in mijn onderbroek of zwembroek rondlopen. De wedstrijd verplicht me om aan mezelf te werken en ik ontdek er veel nieuwe dingen door. De wedstrijd heeft dus zeker een positieve invloed op mij. Het is leuk om te zijn wie ik eigenlijk echt ben, op school heb ik me soms anders moeten voordoen om er bij te horen.

De finale van de verkiezing is op 28 mei, wat maakt van u de Mister Gay Belgium?

VAN BAEL: Ik ben een heel vlot iemand. Bovendien heb ik de kwaliteit om moeilijke thema’s met humor aan te brengen. Ik ben ook gewoon mezelf. Omdat ik in het onderwijs terecht wil komen, zal mijn gekozen thema voor een groot stuk mijn beroepsleven bepalen. Ik zal moeten werken tot ongeveer 65 jaar, ik wil heel die periode dan ook aan mijn thema blijven werken. Ik wil er honderd procent voor gaan.

U zegt zelf dat u wil werken als leerkracht godsdienst en geschiedenis. Godsdienst en homoseksualiteit gaan helaas niet altijd hand in hand samen. Hoe staat u tegen de houding van de kerk wat betreft holebi’s?

VAN BAEL: Paus Franciscus valt best wel mee. Hij zegt dat hij niets tegen holebi’s heeft maar wel tegen het holebihuwelijk. Dat trouwen zie ik natuurlijk ook nog graag veranderen in de toekomst, maar ik ben al blij dat hij niets tegen holebi’s heeft. De vorige paus, Benedictus XVI, maakte er dan weer wel een sport van om de holebi’s minstens eenmaal per maand te beledigen. Ik begrijp ook wel dat de huidige paus niet meteen op zijn balkon gaat staan om te zeggen dat alles in orde is. De kerk is daar te oud en te conservatief voor. Het kwetst me wel als belangrijke kerkelijke figuren, zoals bijvoorbeeld voormalig aartsbisschop Leonard, een uitspraak tegen holibi’s doen. Enerzijds ben ik gelovig en anderzijds ga ik als godsdienstleerkracht ook voor de kerk werken. Mijn eigen baas moet me om het zo te zeggen niet. Dat is soms wel pijnlijk. Er zijn gelukkig ook bisschoppen die wel beseffen dat het anders moet en dat het anders kan, maar die zijn voorlopig nog in de minderheid. Je kan het die mensen ook niet altijd kwalijk nemen. Ze zijn zestig, zeventig jaar oud en ze hebben nooit anders geweten. Je kan niet verwachten dat ze plots van mening gaan veranderen.

U ziet de kerk dus niet meteen van mening veranderen?

VAN BAEL: Dat hangt af van hoe lang de huidige paus het nog volhoudt. Het direct bestuur van Franciscus bestaat nog uit mensen van de vorige paus, het zijn dus eerder conservatieven. Eerst moeten die mensen overtuigd worden en dan moeten we hopen dat Franciscus een lange ambtstermijn heeft. Ook de opvolger van Franciscus is niet onbelangrijk. Als er terug een conservatieve paus komt, dan ligt al het gedane werk in de vuilbak. Als er toch een progressieve paus komt, dan kan er wel verbetering komen. We klagen soms dat in België alles traag gaat, maar de kerk en het Vaticaan zijn nog veel trager. De kerk heeft nooit echt van verandering gehouden. Ik ben voorlopig heel blij met de huidige paus, maar hij zal zijn tijd moeten krijgen.

Bent u zelf diepgelovig?

VAN BAEL: Ik geloof op mijn manier. Dat is absoluut niet kerkelijk. Ik bots bijvoorbeeld op sommige vlakken heel hard met hetgeen de paus zegt. Ik baseer me meer op wat Jezus dacht of deed, maar het is niet dat ik elke dag bid of naar de kerk ga. Ik geloof dat er iets is en ik haal daar een bepaalde kracht uit, maar dat heeft allemaal een vrij persoonlijke invulling. Ik voel mezelf nog altijd een christen, maar wel op mijn eigen manier.

Hoe verwerkt u homoseksualiteit in uw lessen godsdienst?

VAN BAEL: Tijdens mijn stages heb ik nog nooit expliciet les moeten geven over holebi’s. Het is wel zo dat, als de kerk ter sprake komt, er heel veel leerlingen zeggen: “maar meneer, de kerk heeft toch iets tegen u.” De leerlingen leggen die link en dan moet ik zeggen dat de kerk inderdaad iets tegen holebi’s heeft. Anderzijds moest ik onlangs les geven over gezinsvormen. Er stond nergens een holebikoppel in het lesmateriaal. Ik heb dan zelf een voorbeeld in mijn les gestoken. Niet omdat ik zelf homoseksueel ben, maar omdat holebikoppels steeds vaker voorkomen in onze hedendaagse samenleving.  Afhankelijk van het onderwerp probeer ik geaardheid dan ook bespreekbaar te maken. Leerlingen hebben daar vragen over, dus wanneer het past breng ik het zeker ter sprake. Dat lukt overigens vrij goed.

Tot slot, hoe ziet u uw toekomst in?

VAN BAEL: Ik ben blij dat ik in juni eindelijk kan afstuderen. Ik hoop natuurlijk om als leerkracht aan de slag te gaan. Een vaste vriend binnen een bepaalde periode is ook altijd welkom.  Ik zou, als ik een vriend heb, graag een kindje hebben, wat niet evident is als holebikoppel. Ik wil ook trouwen, maar wel op voorwaarde dat mijn vriend op de knieën gaat en niet ik. Hoewel dit mijn toekomstplannen zijn, is mijn diploma en de Mister Gay verkiezing momenteel het belangrijkst. Natuurlijk zou het fijn zijn als ik binnenkort de titel van Mister Gay achter mijn naam mag plaatsen en dat ik mij het komende jaar voor mijn project kan inzetten.

Related posts

Leave a Comment