David Bowie was soms man, soms vrouw

bowie

“Ik, biseksueel? God, neen, absoluut niet. Dat was een leugen. Ze hebben me dat imago aangemeten, en ik heb het spelletje door de jaren heen goed meegespeeld.”

Het leven van David Bowie was, net als zijn dood, een kunstwerk. Bowie liet zich heel zijn leven inspireren door mode en de homo- en clubcultuur. Die ervaringen waren terug te vinden in de diverse gedaantes die hij aannam. Bowie had een liefde voor artiesten met lichtjes normafwijkend gedrag en uitstraling, die zich op seksueel vlak vaak in de schemerzone bevonden. Sommigen van zijn leermeesters, zoals de mimekoning Lindsay Kemp, stonden heel hoog aangeschreven in de homomilieus, die zich tijdens de jaren zestig zelfs in het progressieve en swinging London nog vooral en verplicht ondergronds bevonden. Kemp was niet alleen de man die in de jaren zestig Bowie leerde bewegen, een tijdlang waren de twee ook geliefden. Ook Little Richard, de homoseksuele gemaquilleerde rock-’n-rollster, was een groot voorbeeld voor Bowie.

Fascinatie voor homoseksualiteit

Bowie wist hoe hij zijn lichaam vrouwelijk kon doen lijken. “Hij is heel oppervlakkig, wat verklaart waarom hij nooit weet hoe hij eruit wil zien, welke muziek hij wil maken en of hij nu een jongen of een meisje wil zijn”, zei Nico van The Velvet Underground ooit.

Bowie
In zijn huwelijk met Angie was het niet altijd duidelijk wie de broek droeg (Mirror)

Zowel op vestimentair gebied als qua haartooi en make-up liet Bowie graag geloven dat hij a man who fell to earth was. Bowie was minnaar van vele vrouwen en, volgens de overlevering, ook van enkele mannen. In 1970 trad hij voor het eerst in het huwelijk met de Amerikaans-Cypriotische covergirl Mary Angela ‘Angie’ Barnett, een flamboyante, zelfverklaarde biseksuele vrouw die hem een goed jaar later een zoon zou schenken. Ze hield aardig huis in zijn garderobe – de Ziggy-outfits waren haar ontwerpen. Volgens Angie had Bowie in de jaren zeventig een relatie met Mick Jagger.

De zeldzame keren dat Bowie in het openbaar over zijn seksualiteit sprak, benadrukte hij dat hij in wezen honderd procent heteroseksueel was, maar dat hij de artistieke aspecten van het homoseksuele leven wel interessant vond voor zijn kunstpraktijk. Laten we zeggen dat Bowie erg tolerant was tegenover de homowereld, en er ook een flinke fascinatie voor aan de dag legde. Soms was hij zelfs jaloers op hoe ‘gay’ mensen wel konden zijn, maar diep vanbinnen was hij toch wel de meisjesgek gebleven die bijna een oog verloren had bij een vuistgevecht met zijn vriend George op de speelplaats in Bromley. Die permanente oogbeschadiging zou een van zijn handelsmerken worden.

Fellatio op gitaar

Hoesfoto voor The Man Who Sold The World
Hoesfoto voor The Man Who Sold The World

Bowie’s eerste drie albums waren, buiten de single Space Oddity, op muzikaal gebied weinig baanbrekend geweest. Daarentegen introduceerde hij het begrip ‘androgynie’ in de mainstream en die fluïde seksualiteit trok de aandacht van Jean Paul Gaultier. Op de hoesfoto van The Man Who Sold The World (1970) stond Bowie al in een mannenjurk van Gaultier afgebeeld. Op de cover van zijn vierde album, Hunky Dory (1971), zette hij zijn flirt met seksuele ambiguïteit voort met een androgyne pose, geïnspireerd door Marlene Dietrich. Het signaal werd alvast opgepikt door een redacteur van Rolling Stone. Die noemde de zanger in zijn recensie een ‘mannelijke femme fatale’ en ‘een mod-versie van Greta Garbo’. Op diezelfde plaat staat Queen Bitch, een teken van Bowie’s groeiende obsessie met innerlijke chaos, ontworteling en een vorm van ‘anders zijn’ die zelfs na de seksuele revolutie van de sixties de wenkbrauwen deed fronsen.

Bowie die ‘fellatio’ pleegt op de gitaar van Mick Ronson (Mick Rock)
Bowie die ‘fellatio’ pleegt op de gitaar van Mick Ronson (Mick Rock)

In 1972 kwam The Rise And Fall Of Ziggy Stardust And The Spiders From Mars uit. Bowie nam nu de gedaante van Ziggy Stardust aan; een tweeslachtig wezen met make-up dat op het podium orale seks met de gitaar van Mick Ronson simuleerde. ’Bowie pleegt fellatio op Ronson’s gitaar’, klonk het in de media. Voor homoseksuelen was de muziek van Bowie een steun. De manier waarop hij op het podium stond te flirten met Ronson was daarbij belangrijk. Als Bowie dat mocht, waarom de rest dan niet? “David en ik zijn heel close, maar niet zo close als wordt gefluisterd”, zei Ronson in 1973.

De thematiek op de volgende plaat, Aladdin Sane (1973), was de voorbijgestreefde betekenis van begrippen als mannelijkheid en vrouwelijkheid. Let’s spend the Night Together, bij de Stones nog de strijdkreet van de doorsnee heterorocker, werd bij Bowie een pleidooi voor biseksualiteit. ‘Pornografie!’, schreeuwden de Amerikaanse media. Cracked Actor gaat over een filmster op zijn retour die alleen nog opleeft wanneer hij een pijpbeurt krijgt, terwijl de klassieker The Jean Genie verwijst naar de homoseksuele Franse schrijver Jean Genet. Drive-In Saturday gaat dan weer over een volk dat een afschuwelijke holocaust heeft overleefd, niet meer weet hoe het moet vrijen en in de lokale openluchtbios dan maar pornofilms bekijkt om zijn geheugen op te frissen.

Transseksueel als minnaar

Midden jaren zeventig belandde Bowie in Berlijn. Tijdens deze periode werd hij vaak gespot met de transseksueel Romy Haag, die Bowie’s minnaar zou worden. Ze gingen bijna elke dag naar het café Anderes Ufer. Het was de eerste homobar in Berlijn. Op een dag werden de ruiten er ingegooid door homohaters. Bowie betaalde toen de herstellingen. Bowie’s vrijgezellenbestaan had gevolgen voor zijn relatie met zijn echtgenote Angie, die niet mee naar Berlijn was verhuisd. Terwijl zijn huwelijk stilaan ten einde was, draaide Bowie in Berlijn Just a Gigolo. In die film kroop hij in de huid van een jonge dekhengst die in een Berlijns bordeel werkt.

Na enkele jaren keert Bowie terug uit Berlijn en ontmoet hij Nile Rodgers, gitarist en oprichter van Chic en op dat moment producer van Diana Ross. “Nile, darling, ik zou willen dat je doet wat je het beste doet”, zei Bowie tijdens een van hun eerste ontmoetingen. Gevolg was Let’s Dance uit 1983, Bowie’s bestverkochte album. In datzelfde jaar verscheen de film Merry Christmas Mr. Lawrence van Nagisa Oshima. De regisseur gaat de seksueel provocerende toer op. Onderwerp is de ambigue aantrekking tussen een Britse krijgsgevangene – een sexy zwetende David Bowie – en zijn Japanse bewaker. Dit was een kantelpunt in de carrière van Bowie. Vanaf dit punt waren de grootste commerciële successen voorbij en ook de seksuele verhalen rond Bowie kenden een einde. Eind jaren tachtig ontmoette hij het Somalische model Iman, met wie hij een dochter kreeg en in 1992 zou trouwen. Tot zijn dood bleef Iman aan Bowie’s zijde.

Het fenomeen David Bowie drukte op oneindig veel aspecten zijn stempel. Man of vrouw, biseksueel of hetero; zijn invloed is van onschatbare waarde. Dat zal nog blijken.

Related posts

Leave a Comment