De benjamin en de oude rot in het vak: Jongste en meest ervaren burgervader van Vlaanderen bij elkaar gebracht

P1230431

Net geen vijftig jaar bedraagt het leeftijdsverschil tussen de jongste burgemeester van Vlaanderen en de burgemeester die het langst (51 jaar!) de scepter zwaait in zijn gemeente. Op het eerste gezicht hebben Francesco Vanderjeugd (28) uit Staden en Jozef Browaeys (77) uit Horebeke dan ook weinig gemeen. Schijn bedriegt, want na een gesprek over CVP-bolwerken, naaktfoto’s in het bos en volgekrabbelde bierkaartjes ontdekken ze dat hun verhaal meer gelijkenissen dan verschillen vertoont.

Op een maandagochtend begeeft ZwartOpWit zich naar de besneeuwde heuvels van het pittoreske Horebeke, diep in de Vlaamse Ardennen. In de raadszaal van het piepkleine gemeentehuis hebben we een afspraak met de jongste en de langstzittende burgemeester van Vlaanderen. Wanneer Francesco Vanderjeugd (Open Vld) binnenkomt en zijn partijgenoot begroet, beginnen de twee meteen honderduit te praten over de gemeentelijke wegen en de boekhouding die er al dan niet goed voor staat. Vanderjeugd is burgemeester van het West-Vlaamse Staden sinds 2013. Hij vormde toen een coalitie zonder CD&V, dat de gemeente sinds jaar en dag bestuurde. “Het was alsof ik een moord gepleegd had, door CD&V aan de kant te schuiven”, vertelt hij. “Ik heb dezelfde doemscenario’s gehoord bij mijn aanstelling”, valt Browaeys hem bij. Hij bestuurt het landelijke Horebeke, er wonen slecht 2100 mensen, al sinds 1965. Maar in 2018 houdt hij er onherroepelijk mee op.

Hoe goed kennen jullie elkaar eigenlijk?

Jozef Browaeys: “Eigenlijk kennen we elkaar niet zo goed.  We hebben elkaar nog maar een keer ontmoet, vorig jaar op een feest in Tielt.”

Francesco Vanderjeugd: “Op het feest van de liberalen, en ik zat er naast zijn vrouw, dus ja.” (lacht)

Ik vraag het omdat jullie zo amicaal met elkaar omgaan.

Vanderjeugd: “We zijn dan ook allebei liberalen. Het is geen probleem dat we elkaar niet zo goed kennen, want we stellen ons ook allebei amicaal op.”

Browaeys: “We hebben ook alle twee geen dikke nek, dat is een voordeel.”

Francesco, u was al heel jong door de politiek gebeten. Toen u achttien was, werd u al gemeenteraadslid. Waar komt dat engagement vandaan?

Vanderjeugd: “Ik was eigenlijk zelfs al vroeger bezig. Toen ik nog maar twaalf was, was ik al in politiek geïnteresseerd en keek ik bijvoorbeeld naar ‘De Zevende Dag‘. Op mijn veertiende of vijftiende heb ik me aangesloten bij Jong VLD. Ik ben dus altijd al geëngageerd geweest.”

Jozef, u was ook al heel jong burgemeester. Op uw vijfentwintigste al.

Browaeys: “Ja, ik was net vijfentwintig en in die periode (1965, red.) was dat de minimumleeftijd. Jonger kon zelfs niet.”

Ik las dat u eigenlijk geen ambitie had om in de politiek te gaan. Waarom hebt u toch de stap gezet?

Browaeys: “Horebeke was een echt CVP-bastion. De CVP (voorganger van de CD&V, red.) was hier 110 jaar aan het bewind en het haalde torenhoge cijfers. De enige oppositie hier waren de liberalen en die haalden misschien tien procent. Liberalen waren toen ook nog protestanten, want die stonden in deze streek nogal sterk.”

“De oppositieleider, als je het al zo kan noemen, zocht mij op. ‘Jozef’, zei hij, ‘binnen zes maanden zijn er verkiezingen en wij zouden jou graag als onze kopman zien.’ Ik was op dat ogenblik voorzitter van onder meer de Boerenbond, en ik was ook bekend als doelman in Horebeke. Er was geen enkel sportevenement waar ik niet bij was en dat is eigenlijk vandaag niet anders. Daarom dachten ze dat ze mij konden gebruiken. Ik wilde helemaal niets met politiek te maken hebben, maar hij bleef aandringen en op den duur werden mijn ouders razend. Ik ging mij boven verstoppen als hij weer eens voor onze deur stond. Herman De Croo (nu minister van Staat voor Open Vld, red.) mengde zich ook. Hij was toen burgemeester van Michelbeke, hier vlakbij.”

“Uiteindelijk ben ik gezwicht en was ik lijsttrekker. Niet van de liberalen, want dat wilde ik niet, maar van een lijst Volksbelangen. De toenmalige machthebbers, dat waren echt dé mannen van Horebeke. De rijkste boer van het dorp, de brouwer, de deurwaarder, noem maar op. En ons geluk was dat ze ons ‘lijst werkvolk’ noemden, om het verschil te maken. Maar dat pakte natuurlijk niet bij de mensen.”

Vanderjeugd: “Het lijkt bijna een standenmaatschappij.”

Browaeys: “Ik maakte eigenlijk geen kans bij de verkiezingen, maar ik vond dat niet erg en ik zou het toch proberen. Zes maanden heb ik dan op een opbouwende manier oppositie gevoerd. En hoe liep het af? Ik had zeventien stemmen meer dan de lijst van de burgemeester. Ik werd dus de jongste burgemeester van België. Iedereen die niet voor me gestemd had, was plots ook een vriend. Jij kent dat waarschijnlijk.”

Vanderjeugd: “Dat ken ik, ja.” (lacht)

Browaeys: “Iemand die succes heeft, wordt populair. Dat is ook zo bij wielrenners of voetballers. Door die zeventien stemmen ben ik burgemeester geworden en bij de volgende verkiezingen ging de CVP steeds verder achteruit. Nu heb ik negen zetels van de elf. De N-VA heeft de andere twee.”

Verklaart jullie job ook jullie politiek succes? Allebei komen jullie dankzij jullie job met heel veel mensen in contact. Francesco heeft een kapsalon en Jozef een verzekeringskantoor waar vijftien mensen werken.

Vanderjeugd: (verwonderd) “Heb jij vijftien mensen in dienst?”

Browaeys: “Vijftien bedienden, ja.”

U ziet dus voortdurend mensen uit de streek?

Browaeys: “Ja, vanmorgen heb ik al zeker tien mensen ontmoet. Dat zijn natuurlijk niet allemaal mensen uit Horebeke, maar toen ik nog in de nationale politiek zat, was dat een geweldig voordeel natuurlijk. De politiek heeft geprofiteerd van mijn beroep, en ik van de politiek.”

“CD&V is niet slim geweest! Zij hadden ons in 1988 nooit mogen laten vallen!” – Francesco Vanderjeugd

Kapper is ook een beroep waarbij je met heel wat mensen in aanraking komt.

Vanderjeugd: “Ik heb mijn zaak opgestart een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen en ik heb inderdaad enorm veel Stadenaars leren kennen. Ik had wel altijd de regel dat ik mijn politieke werk nooit meenam, figuurlijk dan, naar mijn kapsalon. Ongeveer anderhalf jaar was ik tegelijk burgemeester en kapper. En dan voelde ik soms dat mensen naar het kapsalon kwamen om een of ander dossier te bespreken. ‘Stop’, zei ik dan, ‘niet verder vertellen, ik geef je een kaartje en maak een afspraak. Hier past dat niet.'”

“Ik hou wel bewust mijn zaak, ook al kom ik er minder sinds ik in het Vlaams Parlement zit. De politiek is immers een harde wereld, waarin het kan snel gedaan kan zijn.”

Browaeys: “Je hebt gelijk.”

Zijn jullie ook niet weg te slaan van alle mosselsoupers, spaghettiavonden en dergelijke in jullie gemeente?

Vanderjeugd: “De mensen hebben graag dat je daar aanwezig bent. Dus ja, ik ga daar naartoe. Is er bijvoorbeeld een spaghettiavond, dan eet ik daar, je moet ’s avonds toch sowieso iets eten. En terwijl loop ik eens door de zaal. Al zitten daar driehonderd mensen, iedereen gaat een hand gehad hebben.”

“Iedereen daar begroeten en naar iedereen luisteren, dat is echt werken hoor. Je mag dat zeker niet onderschatten.”

Browaeys: “Ja, daar word je moe van. Hoe gaat dat? Voortdurend klampen mensen mij aan op zo’n moment: ‘Jozef ik moet iets vragen’. En ze lossen niet he! Soms houden ze je hand zodanig lang vast dat het pijn begint te doen. Ik gebruik ook geen notitieboekje, maar bierkaartjes. Als ik thuis kom van een eetavond zit mijn binnenzak altijd vol met bierkaartjes. Voor het feest toen ik vijftig jaar burgemeester was, heb ik een pakket van duizend kaartjes cadeau gekregen van een brouwerij.”

Is dat een kenmerk van een goede burgemeester, dicht bij de bevolking staan?

Vanderjeugd: “Je moet niet alleen op leuke momenten, zoals op recepties, bij de mensen zijn, maar ook wanneer het slecht gaat. Zoals wanneer er een verkeersongeval gebeurd is. Het eerste dat je hoort van de mensen die betrokken zijn of in de buurt wonen, is woede. ‘Hoeveel keer moet het nog verkeerd gaan vooraleer je er iets aan gaat doen?’, hoor je dan. Maar de hardleerse snelheidsduivels ga je er nooit uithalen, zelfs niet met tientallen verkeersborden of camera’s.”

“Op dat moment is het goed dat je er bent als burgemeester, want dan kunnen de mensen uitrazen. Ze kunnen hun gal spuwen, en dan luister je. Het is heel belangrijk dat je er durft te zijn wanneer het slecht gaat.”

Browaeys: “Dat klopt. Wij hebben hier de afgelopen jaren te kampen gehad met overstromingen. Nu is dat opgelost omdat we veel geïnvesteerd hebben. Maar als burgemeester moet je er zijn, in de ondergelopen straten, ook al is het in het midden van de nacht, wanneer mensen met emmers in de weer zijn. Dan zien ze dat de burgemeester het zich aantrekt.”

Vanderjeugd: “Dat doet heel veel. Een burgemeester is nog altijd een figuur die verbindt, gelijk welke partijkleur hij heeft. Je bent burgervader van iedereen.”

“Op een eetavond klampen mensen mij voordurend aan. Sommigen houden mijn hand vast tot het pijn doet.” – Jozef Browaeys

Een burgemeester is ook heel vaak een zondebok dus?

Vanderjeugd: “Je bent het gezicht van de gemeente wanneer het goed gaat, maar ook wanneer het slecht gaat.”

Browaeys: “Inderdaad”

Vanderjeugd: “Er mag nog iemand anders verantwoordelijk zijn, als burgemeester ben je verantwoordelijk om je groep samen te houden. In Staden zijn er problemen door een dissident N-VA-gemeenteraadslid. Daardoor hebben wij geen begroting kunnen goedkeuren bijvoorbeeld. Toch straalt dat af op de burgemeester. Ik zal je eens twee minuten met die N-VA’er laten spreken en je zal meteen doorhebben welk vlees je in de kuip hebt. Er valt niet te praten met hem.”

Browaeys: “Hier zijn de N-VA’ers ook zo.” (lacht)

Kent u de politieke situatie in Staden, Jozef?

Browaeys: “Nee.”

Vanderjeugd: “Ga jij het uitleggen of doe ik het?”

Laat mij maar. CD&V heeft tien van de eenentwintig zetels en zit in de oppositie. De coalitie bestaat uit Open Vld, N-VA en sp.a en heeft samen elf zetels. Eén N-VA-raadslid heeft zich bedacht en zetelt als onafhankelijke. De coalitie heeft dus geen meerderheid meer.

Browaeys: “Dus die ene is eigenlijk de baas? Min of meer toch.”

Vanderjeugd: “Met hem onderhandel ik niet meer. Wat is er gebeurd? Bij de gemeenteraadsverkiezingen had de dissident het tweede grootste aantal voorkeurstemmen. Hij kon dus schepen worden, maar vier anderen van zijn partij zijn het geworden. Hij was daar volgens ons nog niet klaar voor. Twee jaar is alles goed gegaan, tot hij zich liet opjutten door vrienden van hem. Een vriend wilde een vergunning om akkerland, hij is landbouwer, op te hogen in overstromingsgebied, nota bene in de buurt van een woonwijk.”

“We konden dat niet goedkeuren en hij is ons beginnen chanteren. Hij dreigde de begroting weg te stemmen in december 2014. Hij bleef toen afwezig op de gemeenteraad en de begroting kon niet worden gestemd. Uiteindelijk is hij bijgedraaid, maar hij had van die verboden vrucht gegeten en het volgende jaar deed hij het ene na het andere gekke voorstel. Zo wilde hij dat we munitie gingen kopen om op kauwen te schieten, maar dat is zelfs tegen de wet! Voor het zaaltje waar zijn moeder elke week gaat kaarten, moesten we een grasplein omvormen tot een parking en meer zulke dingen. Afgelopen december heeft hij beslist om als onafhankelijke te zetelen en zich te onthouden bij de stemming over de begroting. Nu zit de gemeente dus zonder begroting.”

Browaeys: “Potverdorie!”

Vanderjeugd: “Sinds Nieuwjaar gebruiken we voorlopige twaalfden, maar ons strategisch meerjarenplan, dat ons financieel gezond houdt tot 2021, kunnen we voorlopig niet uitvoeren.”

“CD&V is het er ook principieel niet mee eens. Ik heb hen nu de hand gereikt, en gezegd dat wij water bij de wijn willen doen. Laat ons aan tafel zitten en zien welke accenten CD&V wil leggen. Die onderhandelingen zijn nu bezig, maar het is een traag proces. Misschien doet CD&V het wel met opzet zo traag.”

“Het is belangrijk dat je je beleid niet laat bepalen door reacties op sociale media.” – Francesco Vanderjeugd

Zou CD&V dan toetreden tot de coalitie?

Vanderjeugd: “Nee. Verkiezingen zijn verkiezingen, en de volgende zijn pas in 2018. Nu moeten we de gemeente vooruit helpen. Ik geef de oppositie de kans om te tonen dat ze verantwoordelijkheid kunnen nemen.”

“Per agendapunt zouden we dan met de CD&V-raadsleden overleggen wat hun input is, zodat er voor de resterende drie jaar een wisselmeerderheid komt. Het zou een mooi signaal zijn naar de burger dat politici over de partijgrenzen heen kunnen samenwerken. Maar misschien is het naïef van mij.”

Browaeys: “Het is niet naïef, maar het zal moeilijk zijn.”

Vanderjeugd: “Het grootste slachtoffer van deze situatie is niet ik, niet de oppositie, maar de inwoners van Staden. Alle investeringen blijven uit.”

U wist toch van bij het begin dat dit risico bestond, met amper een halve zetel op overschot?

Vanderjeugd: “Ja, natuurlijk. Toch ben ik nog altijd blij dat we die beslissing genomen hebben. Als je op de avond van de verkiezingen ziet dat een partij die honderd jaar aan de macht was haar meerderheid kwijt is, dan neem je zo’n beslissing. Het is ook geen anticoalitie, zoals CD&V zegt. De drie partijen hebben elkaar gevonden, en wij verdedigen een groot deel van de bevolking.”

(plots hevig) “CD&V is niet slim geweest! Hadden zij in 1988, nadat ze zes jaar met de VLD hadden bestuurd, ons niet laten vallen als een baksteen, dan waren ze in 2012 nooit van de macht verdreven.”

Het was dus een oude rekening die vereffend werd?

Vanderjeugd: “Ja, eigenlijk is het een oude rekening. Zij hebben toen een fout gemaakt. Stel dat ik volgende keer alleen de macht kan grijpen, ik zou toch nog een coalitiepartner kiezen.”

Browaeys: “Ja, geef ze één schepen. Herman De Croo doet dat zo in Brakel.”  

Vanderjeugd: “Bij de verkiezingen van 2012 heb ik geen campagne gevoerd om te zeggen dat CD&V slecht is. Wel heb ik gezegd dat het niet gezond is dat één partij zo lang alleen aan de macht is.”

Dat gaat Jozef niet graag horen dan?

Browaeys: “De situatie is anders.”

Vanderjeugd: “Ja inderdaad, want hier is er maar één oppositiepartij.”

Gaat u nog door na de verkiezingen van 2018, Jozef?P1230438

Browaeys: “Ik denk dat mijn dochter mij gaat vervangen. Als lijsttrekker of als lijstduwer, daar ben ik nog niet uit. Ik ga stoppen.”

Zij beheert ook al uw mails.

Browaeys:  “Ja. Moderne technologieën als e-mail en Facebook zijn de grootste verandering die ik in die vijftig jaar heb meegemaakt. Ik kan de verandering niet volgen, omdat ik medewerkers heb die het in mijn plaats doen. Ik blijf ook bewust weg van sociale media, omdat ik daar geen behoefte aan heb.”

Vanderjeugd: “Ik ben daar heel actief op, en je merkt dat mensen dat appreciëren. Maar het is belangrijk dat  je je beleid niet laat sturen door de sociale media.”

Browaeys: “Ja, ik lees soms ook heftige reacties.”

Vanderjeugd: “Ik krijg veel mails, en soms ook boze mails. Het enige dat ik daarop antwoord is: ‘Hoe kan ik u telefonisch bereiken?’. Als je die persoon dan belt, is hij of zij al iemand helemaal anders. Soms schrikken ze dat de burgemeester zelf belt.”

“Als twintiger wilde ik absoluut niet in de politiek. Ik verstopte me boven als men mij weer eens kwam vragen. Toch ben ik gezwicht.” – Jozef Browaeys

Gebeurt het eigenlijk vaak dat inwoners met persoonlijke problemen naar jullie komen?

Vanderjeugd: “Ja, ik heb het al dikwijls meegemaakt dat mensen voor mij zitten en tranen met tuiten huilen. Je probeert die mensen dan te troosten natuurlijk, maar soms is het gek dat ik als jonge snaak van nog geen dertig mensen van zestig of ouder moet troosten. Ze komen dan bij mij om advies te vragen vragen. Een burgemeester moet dus ook een beetje een gevoelsmens zijn.”

Hebben jullie een vast spreekuur? Of is die periode voorbij?

Browaeys: “De meeste mensen weten dat ik op zaterdagvoormiddag in mijn kantoor ben. Ik gebruik altijd het bureau in mijn verzekeringskantoor, niemand voelt daar drempelvrees voor. Vaak komen mensen daar problemen met vergunningen bespreken.”

Vanderjeugd: “Bij mij bellen mensen op voorhand voor een afspraak. En nu je het over vergunningen hebt, ik ontving eens een landbouwer in mijn kantoor die een plan uitrolde over mijn bureau. Hij wilde een huis bouwen voor zijn zoon op hun landbouwgrond, maar dat kon natuurlijk niet. ‘Kijk eens naar buiten’, zei hij, en hij wees naar een bankkantoor aan de overkant van de straat. ‘Hoeveel moet ik afhalen, we moeten toch iets kunnen regelen?’.

Browaeys: “Wat een arrogantie!”

Vanderjeugd: “Ik heb die man onmiddellijk uit mijn kantoor gezet. Soms vragen mensen me ook echt gekke dingen. Een man kwam onlangs bij me langs om te vragen of hij erotische foto’s van zichzelf mocht nemen in het bos.” (algemene hilariteit)

“Dan moet je dus serieus kunnen blijven he! Want als je lacht, zou je hem misschien kunnen kwetsen. Een fotografe zou naaktfoto’s van hem nemen terwijl hij poseerde in het bos. Ik zei: ‘Ik ga je niet tegenhouden, maar openbare zedenschennis blijft strafbaar, dus als je gezien wordt…’ Blijkbaar was hij tevreden met dat antwoord.”

Bedankt voor het gesprek, heren.

Geef een reactie