Plannen Saeftinghedok opnieuw onder vuur door Europa

De Europese Commissie heeft opnieuw negatief advies gegeven aan de Raad van State voor de aanleg van het Saeftinghedok in de haven van Antwerpen. Dat dok zou aan de linkerscheldeoever moeten komen om in de toekomst grotere containerschepen sneller te kunnen ontvangen. Voor de aanleg moet het dorp Doel verdwijnen, net als een aantal natuurgebieden en bufferzones.

De Raad van State schorste het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) vorig jaar gedeeltelijk nadat enkele bewoners van Doel een rechtszaak startten tegen de Vlaamse regering. Volgens het plan mocht de havenindustrie zich al meteen uitbreiden tot aan de grens van het huidige woongebied, met als gevolg veel overlast voor de Doelenaren. Zij probeerden het GRUP alsnog te stoppen door de maatregelen voor de bescherming van de natuur in vraag te stellen. De Raad van State oordeelde in hun voordeel, de werkwijze van de Vlaamse regering was niet conform de Europese richtlijnen voor natuurcompensatie. Het beschermde gebied dat moet verdwijnen zou volgens de regering ruimschoots gecompenseerd worden door een nieuwe, grotere zone die ernaast zal komen. Maar omdat het om een compensatiegebied gaat dat nog aangelegd moet worden, oordeelde de Raad van State op advies van de Europese Commissie dat de voorwaarden voor compensatie niet voldaan waren. Nu geeft de Commissie opnieuw hetzelfde advies. Minister voor Leefmilieu Joke Schauvlieghe (CD&V) protesteert: het vooraf compenseren was de voorbije tien jaar nooit een probleem voor Europa. Ze wil dan ook niet van de huidige aanpak wijken en onderzoekt andere pistes om het huidige GRUP te behouden.

Minister Schauvlieghe heeft volgens Europa de verkeerde procedures gevolgd. Er zijn namelijk twee manieren waarop aan natuurbescherming gedaan moet worden. De eerste methode die Europa voorstelt, is er een waarbij bestaand natuurgebied in stand gehouden wordt. De tweede creëert extra natuurgebied ter compensatie van de natuur die al verloren gegaan is. De twintig hectare slikken en schorren die moeten wijken voor het Saeftinghedok zijn een broedplaats voor een aantal bedreigde vogelsoorten. Elke schade aan hun habitat moet vermeden worden en er mogen geen werken gebeuren tenzij er een dringende en belangrijke maatschappelijke reden is. Die is er niet, en dus kan het Saeftinghedok voorlopig niet gegraven worden.

Omdat het over een toekomstig project gaat, zijn er geen garanties dat de verdwijnende habitats voldoende gecompenseerd zullen worden.

Volgens het GRUP moet het natuurgebied in een eerste fase uitgebreid worden naar het binnenland, zodat de vogels hun habitat kunnen versterken. In de tweede fase zou het oorspronkelijke gebied dan kunnen verdwijnen omdat het niet langer nodig is voor het voortbestaan van de vogelsoorten.

De Vlaamse regering zegt dat ze al op die manier aan natuurbehoud doet, maar daar gaat de Raad van State niet mee akkoord. Volgens haar doet de regering niet aan behoud, wel aan proactieve compensatie. Maar omdat het over een toekomstig project gaat, zijn er geen garanties dat de verdwijnende habitats voldoende gecompenseerd zullen worden. Dat moet de regering per geval zelfstandig beoordelen. Aangezien er nog geen compensatiegebied is om te beoordelen, is dat (nog) niet gebeurd.

Minister Schauvlieghe houdt vol dat er voor de eerste fase geen bewijs van compensatie nodig is omdat het om instandhouding gaat. De twintig hectare die nu beschermd zijn, verdwijnen pas in de tweede fase van het plan en de situatie van de habitat wordt bij elke stap geëvalueerd. Ze zal zich tegen het advies van de Europese Commissie en het GRUP blijven verzetten en sluit daarbij niet uit dat er een nooddecreet komt. Ze heeft bij dit dossier naar eigen zeggen ‘zeer nauwe en goede contacten’ met Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA). Onder zijn verantwoordelijkheden vallen ook de havens. Wouter van Besien (Groen) uitte vanuit de oppositie de kritiek dat een nooddecreet een ‘achterdeur’ is en ‘ondemocratisch’ zou zijn: “Het is dus volgens u normaal dat we al op voorhand gaan denken: in het geval we juridisch in het ongelijk zouden worden gesteld, gaan we gewoon kort door de bocht, vatten we het parlement en doen toch onze zin. Ik vind dat niet zo normaal. Ik, als parlementslid en als democraat, hoop wél dat regels enige zin hebben.” Voorlopig is het wachten op een definitieve beslissing van het Europese Hof van Justitie.

Geef een reactie