Mixed Martial Arts: vechten voor het recht om te vechten

12896223_10209203676828808_1217420356_o
Ronda Rousey en Liz Carmouche tijdens de UFC 157. ©Jeff Gross

Wurggrepen, knock-outs en dodelijke kniestoten: Mixed Martial Arts is misschien wel dé mannensport der mannensporten. Een door testosteron gedreven gevechtskunst waarin echte venten domineren, van participatie tot consumptie. Toch vinden steeds meer vrouwen hun weg naar de octagon.

Zeg nooit nooit

“Gevechtssport, dat is toch niets voor vrouwen?” Dat is het clichébeeld dat vrouwen nog steeds achtervolgt. Ook UFC president Dana White was ervan overtuigd dat vrouwen niet in een octagon, de vechtarena, thuishoren. In 2011 verkondigde hij luidkeels dat ze nooit deel zouden uitmaken van de grootste MMA-organisatie ter wereld, de Ultimate Fighting Championship. Never ever. Amper twee jaar na zijn betoog tegen de deelname van vrouwen in MMA krabbelt White terug. Maar wat heeft hem dan van gedacht doen veranderen? De reden is simpel: Ronda ‘Rowdy’ Rousey. Die aantrekkelijke blondine kruiste in 2013 het pad van Dana White en veranderde het MMA-landschap drastisch.

Katalysator

In 2013 haalde Ronda Rousey als eerste vrouw ooit een contract binnen bij de Ultimate Fighting Championship. Dat was een enorm keerpunt in het MMA-landschap. Logischerwijze wordt Rousey beschouwd als een pionier, als het gezicht van WMMA (Women Mixed Martial Arts). Maar is dat wel zo vanzelfsprekend? Dat ze geschiedenis schreef, valt niet te ontkennen, maar de vooruitgang is niet enkel haar verdienste. Denk aan Gina ‘Conviction’ Carano. Zij was het oorspronkelijke gezicht van de gevechtssport. Carano maakte de weg vrij voor de huidige MMA-vechters, en dat beseft Rousey maar al te goed. In interviews drukt ze meermaals haar dank uit aan de geliefde Carano. Maar niet alleen in de Verenigde Staten schuilt er veel talent, dat bewijst de Nederlandse drievoudig wereldkampioene MMA Marlies Coenen.

De toename van vrouwen in gevechtssporten gooit de bestaande genderpatronen geleidelijk overboord.

Een vrouw op acht mannen

Inmiddels zijn er drie jaren verstreken sinds het MMA-gevecht tussen Ronda Rousey en Liz Carmouche, de eerste twee vrouwen die in de octagon stonden. De teller staat momenteel op zo’n zestig vrouwelijke vechters. Niet slecht, maar in verhouding met het aantal mannelijke vechters is het te verwaarlozen. Voor elke vrouw in de ring zijn er maar liefst acht mannen. Noemenswaardig is wel dat die ongelijkheid zich niet voortzet in het loon van de UFC-vechters. Ze worden namelijk betaald op basis van hun gewichtsklasse en niet op basis van hun geslacht. Maar er is een keerzijde aan de medaille: mannen hebben acht klassen, en vrouwen slechts twee: bantam- en vedergewicht. Er is momenteel dus weinig ruimte voor vrouwen om te groeien, maar daar komt hopelijk verandering in.  

Toekomst

De toekomst voor vrouwen in Mixed Martial Arts ziet er rooskleurig uit. Er is niet enkel een toename van het aantal deelnemers, maar ook van de toeschouwers. Vrouwelijke vechters strikken zo ongeveer twintig procent meer kijkers dan mannelijke vechters. Dat is niet enkel een grote stap vooruit voor de sportwereld, maar ook op cultureel vlak is die vooruitgang van belang. De toename van vrouwen in gevechtssporten gooit de bestaande genderpatronen geleidelijk overboord. Dat voetbal enkel en alleen voor jongens is, en ballet voor meisjes, wordt minder vanzelfsprekend. “Gevechtssport, dat is toch niets voor vrouwen?” Een gedachte die we langzaam maar zeker de kop indrukken. Nog enkele jaren en dat cliché ligt ongetwijfeld knock-out in de ring.

Geef een reactie