Drieëntwintig en diepgelovig

Rebecca Haffner © Soul Band Avenue
Rebecca Haffner © Soul Band Avenue

Een gesprek met Rebecca Haffner van de pinksterbeweging

“Ik geloof dat ik misschien wel een profeet ben.” Rebecca lacht haar tanden bloot. “Ik ben echt niet gek. Soms krijg ik visioenen, dromen die later waarheid worden. Echt waar.” Ze schuift enthousiast heen en weer op haar stoel in het Gentse Vooruitcafé, het oude bastion van de socialisten. Aan de tafel naast ons schieten de ogen van een oude man verbaasd onze kant uit.

Rebecca Haffner is drieëntwintig jaar. Ze is een schacht bij de Gentse studentenvereniging Filologica en ze is diepgelovig. Zeven jaar lang was ze worship leader bij Agape, een pinkstergemeente in het West-Vlaamse Bissegem. Die pinksterbeweging baseert haar geloof op de Heilige Geest en de Heilige Schrift. God wordt er niet afgebeeld, maar heeft een persoonlijke relatie met elke gelovige. Tijdens de dienst voerde Rebecca als worship leader de uitbundige gezangen aan en vertaalde ze teksten naar het Engels en het Frans voor de multiculturele gemeenschap. Nu volgt ze de dienst in Izegem, maar haar geloof is er niet minder op geworden.

“Als mensen erachter komen dat ik gelovig ben, dan reageren ze vaak verrast”, vertelt Rebecca. “Wow, jij bent… anders”, zeggen ze dan. Zowel anders dan de gelovigen die ze gewoon zijn, als anders dan zichzelf. “Maar ze reageren nooit negatief”, zegt Rebecca. “Ze vertellen me dan wel vaak onmiddellijk dat zij niet gelovig zijn en dat ik hen niet moet proberen te overtuigen.”  Dat doet ze ook niet. Het is eerder omgekeerd. Op de middelbare school botste haar visie al met die van de biologieleerkracht en probeerde de hele klas haar te overtuigen, maar ze bleef bij haar standpunt: God heeft de wereld geschapen in zes dagen. Op het examen schreef ze dan wel op wat ze geleerd had. Zo koppig was ze nu ook weer niet. Zelf treedt ze niet vaak in discussie. Vrienden van haar wel. “Maar uiteindelijk krijg je toch een klap in je gezicht,” zegt ze, “ Je moet echt heel goed weten wat er in de Bijbel staat, anders stellen ze bepaalde vragen waarop je niet kan antwoorden. Dan sta je daar met je mond vol tanden en zeggen zij: ‘zie je wel’.”

“De Kerk is een ziekenhuis voor mensen die binnenin gebroken zijn”
– Rebecca Haffner

Als ze ziet dat mensen het moeilijk hebben, dan stelt ze hen wel voor om mee te gaan naar de kerk. De pastoors en leaders staan er open om te praten met mensen over hun problemen, op een heel menselijk niveau. Dat hoeft dan geen preek te zijn. Ze zijn vaderfiguren. “De Kerk is een ziekenhuis voor mensen die binnenin gebroken zijn”, zegt Rebecca. Zelf is ze ook vier jaar lang afgeweken van het pad. Met foute vrienden ging ze tot een kot in de nacht naar feestjes en dronk ze zichzelf te pletter. Het was zo erg dat ze dronken in de mis zat. Dat probeerde ze te verbergen, maar ze loog zichzelf, en God, voor.

Op haar negentiende resulteerde één nacht met een onbekende in een zwangerschap. De vader weet niet dat hij vader is. Rebecca was bang. Vooral voor haar moeder die haar altijd streng had opgevoed. Zij wou dat Rebecca het kind liet weghalen, maar dat had geen nut. God ziet toch alles. Ondertussen is Estrella vier jaar en zingt ze soms mee tijdens de dienst. Rebecca wil haar echter niet opvoeden zoals haar moeder haar opvoedde, streng en beregeld. Wel Bijbels, maar zonder al te veel regels. “Ze mag haar eigen keuzes maken”, knikt ze. De gemeenschap reageerde eerst verrast op het nieuws, maar steunde haar wel. De jongeren zijn dan ook gewoon vrienden bij wie ze alles kwijt kan. Laatst gingen ze bolletra spelen, een soort van bowlen. Een rare sport, vindt Rebecca, maar het helpt om elkaar beter te leren kennen.

“Ik wil vooral dat mensen geen verkeerd beeld krijgen van de Kerk. Wij houden gewoon van elkaar en van God, en Hij van ons”, besluit Rebecca. Zij is inderdaad op geen enkele manier ‘anders’. Ze reist Vlaanderen rond met haar band Soul Band Avenue, drinkt af en toe een pintje op een cantus en enkel op Facebook praat ze echt over haar geloof, maar dat is vooral voor haar gelovige vrienden. “Soms kan het woord van God een beetje moeilijk zijn”, zegt ze. “Ik probeer hen dan de juiste richting in te sturen.” Als een profeet, eigenlijk. Wat echt niet gek is. Rebecca vertelt een laatste miraculeuze anekdote: “Op een bepaald moment had ik het echt een beetje moeilijk. Ik was een beetje down en begon op straat hardop met God te praten. Dat ik bang was en niet meer wist wat te doen, maar dat ik hem vertrouwde. Ongeveer een half uur later kreeg ik een berichtje van de drummer van onze band, die mij echt nooit iets stuurt. ‘Gaat alles goed? Joshua 1:9’, stond erin. Thuisgekomen ging ik de verzen opzoeken: ‘Heb ik u het niet bevolen? Weest sterk en moedig. Wees niet bang; wees niet ontmoedigd, want de Heer uw God zal bij u zijn waar u ook gaat.’ Dat is geen toeval, lijkt mij.”

Geef een reactie